1) Waarom kan een Hollander de vrijdagavond niet langs de deur naar binnen? - Het weekend staat voor de deur. 2) Waarom kan een Hollander de maandagmorgen niet met zijn fiets naar zijn werk vertrekken? - Het weekend zit erop. 3) Waarom kijkt een Hollander de maandagmorgen heel de tijd achter hem? - Het weekend is achter de rug