"Mijn hart klopt in mijn keel, ik kijk om en zie hoe de onbekende man dreigend op mij afkomt. Hij draagt een lange regenjas, in zijn linkerhand heeft hij een mes. Zijn ogen zijn als vuur. Alles om mij heen lijkt te vertragen, bijna stil te staan, alleen mijn achtervolger en ik bewegen nog. Dan lijk ook ik steeds moeizamer vooruit te kunnen komen. Ik hoor de voetstappen van mijn achtervolger versnellen, het klikken van zijn hakken galmen door het duister van de nacht. De snelheid waarmee het bloed door mijn lichaam wordt gepompt doet de aderen in mijn hoofd bonzen, ik gil maar er komt geen geluid uit mijn mond. Mijn benen worden steeds trager, stijver als het ware. Als ik omkijk zie ik mijn achtervolger naderen, stap voor stap. Nog even en hij heeft mij te pakken. Hij heft zijn mes hoog in de lucht, ik val en zie hoe het mes op mij inhakt. Voordat het mes mij raakt word ik met een gil wakker, gelukkig het was slechts een nachtmerrie."
Ieder mens kan zich wel een soortgelijke ervaring herinneren en probeert een dergelijke droom maar het liefst zo snel mogelijk te vergeten. Soms is een droom zo angstaanjagend dat hij dagen, weken, ja soms zelf maanden in het bewustzijn blijft hangen. Nachtmerries hebben een aantal oorzaken. Één ervan is te veel voedsel of alcohol nuttigen vlak voor het slapen gaan. Een andere belangrijke reden is slaap tekort. Wie lange dagen maakt en kort slaapt krijgt last van nachtmerries. Hoe langer een persoon wakker is des te frequenter de nachtmerrie. Wie bijvoorbeeld meer dan dertig uur wakker is geweest kan bij het in slaap vallen direct last krijgen van een vals ontwaken, een vorm van dromen waarbij vergeleken zelfs de ergste nachtmerrie vaak een kinderfilmpje lijkt te zijn (zie ook "Lucide dromen en vals ontwaken").
Een gehele andere oorzaak is te vinden in de gang van zaken in ons waakbestaan. Stress, angst, hevige emoties en tal van andere problemen liggen maar al te vaak ten grondslag aan een nachtmerrie. Behalve de psychische toestand kunnen ook lichamelijk factoren ten grondslag liggen aan een nachtmerrie. De lichamelijke veranderingen tijdens de pubertijd, zwangerschap, de overgang en ziekte kunnen eveneens een nachtmerrie oproepen. Dan is er nog een klein aantal nachtmerries dat veroorzaakt wordt door vreemde stoffen die op een of andere manier ons lichaam zijn binnen gedrongen. Alcohol valt daar eigenlijk ook onder, maar het zijn vooral medicijnen, drugs, giftige dampen en gassen die ons droompatroon beïnvloeden en heel vaak resulteren in een nachtmerrie.
Veel droomuitleggers brengen de nachtmerrie in verband met het seksuele, en dat was allang voordat Freud zijn bevindingen publiceerde, maar het was Freud die dieper in ging op het seksuele aspect van de droom (zie ook "Freud's volhardende symbooluitleg" in het menu "Droomgeschiedenis"). Freud dacht dat nachtmerries zouden verdwijnen als de daar aan ten grondslag liggende seksuele verdringing bewust zou worden gemaakt. Jung benaderde de nachtmerrie op geheel andere wijze. Hij dacht dat de primitieve donkere kant van onze psychische impulsen de veroorzaker waren van nachtmerries. Een eerste stap zou zijn het onderkennen van de wil eraan, dan pas zouden nachtmerries kunnen verdwijnen. De manier waarop de mens tegen nachtmerries aankeek was sterk afhankelijk van de tijd waarin men leefde.
In de middeleeuwen dacht men dat nachtmerries het bewijs waren voor het afdwalen van de weg die God voor ons had uitgestippeld. Wie veel nachtmerries had zou wel eens de keuze gemaakt kunnen hebben de duivel te aanbidden. De duivel is tegenwoordig min of meer uit ons droombeeld verdwenen en als hij verschijnt heeft hij meestal een modern uiterlijk. Vaak is het een bekende, onze kwaadaardige chef, een vijandige leraar, onze boze stiefvader, een verleidelijke vrouw of man of het onschuldige lijkende kind dat de plaats heeft ingenomen van de duivel. Hoe dan ook, nog steeds lijken duistere machten en figuren in onze droom ons in het geheel te willen vermorzelen.
Börner was er in de vorige eeuw van overtuigd dat de oorzaak van een nachtmerrie was te vinden in de invloeden van buitenaf. Hij gebruikte echter vreemde technieken om het bewijs daarvoor te leveren. Tijdens zijn proeven kneep hij bij proefpersonen tijdens de slaap de neus en mond dicht, vooral bij hartpatiënten deed hij dit. Later beweerde de proefpersonen dat ze daadwerkelijk een 'verstikkende' nachtmerrie hadden. Daarmee dacht Börner het bewijs geleverd te hebben dat nachtmerries onder invloed van buitenaf ontstonden.
Natuurlijk bewees hij alleen maar dat invloeden van buitenaf mede verantwoordelijk zouden kunnen zijn voor het krijgen van een nachtmerrie. Toch was zijn onderzoek belangrijk, ondanks de vreemde methoden die hij er op nahield. Zo weet men nu dat bijvoorbeeld het tikken van een klok in de droom wel eens het tikken van een bom kan zijn die op het punt staat tot ontploffing te komen en ons daarbij uitéén te rijten. Donder en bliksem zou in de droom bijvoorbeeld de ervaring aan een nachtelijke bombardement kunnen oproepen. Zo kunnen allerlei geluiden en lichteffecten onze droom binnensluipen en daar in een heel andere betekenis worden verwerkt.
Wie wel eens een nachtmerrie heeft gehad kan zich misschien herinneren dat angsten die men in het waakbestaan heeft, in de nachtmerrie naar voren komen. Wie bijvoorbeeld last heeft van hoogtevrees zal de angst voor een afgrond in de droom meestal veel heftiger ervaren dan in het waakbestaan. De angst voor een bepaald persoon wordt in de droom ook groter, evenals de angst om te falen, de angst voor vuur enzovoort. Lucide dromen daarentegen kunnen er voor zorgen dat je in de droom juist deze angsten overwint, zodat je er geen nachtmerries meer over zult hebben en ze ook in het waakbestaan verdwenen zullen zijn (zie "Lucide dromen en vals ontwaken").
Maar het hoeven geen afgronden te zijn die een hindernis vormen in onze nachtmerrie, ook een zoekgeraakte ticket kan al een oorzaak zijn. Wie droomt over onneembare hindernissen zou in het waakbestaan wel eens moeite kunnen hebben met het nemen van beslissingen. Vaak ook ontbreekt het ons aan moed om ons in het onbekende te storten. De angst om risico's te nemen verschijnen dan in de droom als onneembare hindernissen. Wie in de droom steeds op de vlucht is, is in werkelijkheid meestal op de vlucht voor zichzelf en het leven. Iemand die nauwelijks buitenkomt, last heeft van angsten en neuroses, overal gevaar om zich heen ziet en bij alles wat hij doet bang is om gewond te raken, mismaakt of zelfs te sterven zal in de droom regelmatig op de vlucht zijn voor achtervolgers, zwarte kolkende rivieren als enorme dreiging waarnemen, bruggen niet over kunnen omdat ze instorten en vliegdromen ervaren, die op hun beurt weer de wil tot ontsnappen aan de dagelijkse situaties weerspiegeld.
Wie bang is om zijn vrijheid kwijt te raken droomt vaak over gevangenissen en strafkampen waaruit hij steeds opnieuw probeert te ontsnappen. Geesten die in een nachtmerrie verschijnen zijn vaak een afspiegeling van verwarde gevoelens, overledenen maken duidelijk dat we iets los moeten laten en een mistig moeras maakt duidelijk dat we bang zijn vastgelopen te zijn en nergens meer heen kunnen. Wie zijn jeugd herleeft waarin een moordenaar toeslaat is niet alleen bang om oud te worden maar ook zijn we bang dat het kind in ons zal sterven. In het waakbestaan zijn we dan meestal onvolwassen, willen het kind in ons niet los laten, blijven ons achttien voelen, zijn onverantwoordelijk en hebben vaak last van angsten, neuroses en agressie waarvan de oorzaak meestal in onze jeugd ligt.
Wie in een droom last heeft van verwoestende agressie is meestal ook in het dagelijkse leven agressief. Zo'n persoon krijgt vaak de stempel 'borderliner' opgedrukt. Spullen vliegen al bij het minst geringst tegen de wand of door het raam. Hoe heviger de aanvallen in het waakbestaan, hoe kleiner de kans dat men er over droomt. Heeft men in het waakbestaan een aanval op tijd kunnen stoppen, dan heeft men vaak in de droom de aanval die in het waakbestaan is uitgebleven. Toch zorgt de gedroomde aanval ervoor dat de psyche last heeft van de nasleep en vaak is men na het ontwaken de hele dag prikkelbaar en ligt een grote aanval steeds op de loer. Wie in de droom zichzelf wil bekijken in een spiegel maar daarbij zichzelf maar moeizaam kan voortbewegen, waarbij ook nog eens blijkt dat het bekijken van zichzelf maar gedeeltelijk lukt, is in het waakbestaan onzeker van zichzelf en besteed onbewust te veel aandacht aan de vraag: "hoe zullen anderen mij zien?".
Vaak ook treed een dergelijke droom op, op het moment dat we ons in een situatie bevinden waar we ons beter uit zouden kunnen terugtrekken. De angst voor veranderingen maakt dat we willen zien wie we nu eigenlijk echt zijn en wat we nu eigenlijk willen. Een slechte relatie roept vaak zulke dromen op, zeker wanneer de dromer zichzelf minder acht dan zijn of haar partner. Een onzeker iemand is in het waakbestaan vaak ook narcistisch, erg seksueel ingesteld en doet zich vaak voor als 'irritante' allesweter. Hiermee tracht de persoon het eigenlijke tekort aan zelfrespect te compenseren. Zo'n iemand zal in de droom vaak op de vlucht zijn, zich moeilijk kunnen bewegen, bezig zijn met de seksuele daad, moordenaars en slachters tegenkomen die onze geliefden vermoorden en afslachten en tal van onneembare hindernissen, zoals kolkende rivieren en zwarte zeeën tegenkomen. Hun droomlandschap is vaak kaal, mistig, vervallen of verwoest.
Wie last heeft van een nachtmerrie en daarvoor geen aanwijsbare oorzaak kan vinden, zoals bijvoorbeeld ziekte, lichamelijke veranderingen, drank, voedsel, drugs, medicijnen of prikkels van buitenaf, zou er goed aan doen eens met een therapeut te gaan praten. Bij het oplossen of het bewust worden van de achterliggende problematiek zullen de nachtmerries vaak verdwijnen. Wel moet men daarbij geheel eerlijk zijn tegenover zichzelf en de therapeut, anders zal het gewenste resultaat uitblijven. De dromen verklaren aan de hand van de symbolen kan voor zo'n iemand al een eerste stap zijn op weg naar zelferkenning.