Jve Geplaatst op 11-01-2010, 16:23 Reageer
user icon
Berichten: 10935
gebruiker
Verstuur privé bericht



Ik heb het al vaak gehad over een bijzondere vorm van dromen, namelijk de lucide droom. Maar wat is nu precies een lucide droom, ook wel een waak-, heldere- of wakkere droom genoemd, welke vaak gepaard gaat met een zeer angstig 'vals ontwaken'? Wie voor het eerst een lucide droom heeft gehad zal nog niet direct op hoog niveau lucide zijn geweest.

Toch zal hij of zij misschien niet weten wat er nu eigenlijk gebeurd is. Soms denken ze dat het een hallucinatie was of een uittreding en maar weinig mensen weten wat er echt gebeurde. Niet iedereen durft te praten over hun vreemde nachtelijke ervaring, en dat maakt dat het fenomeen luciditeit in ons land nog vrij onbekend is, dat in tegenstelling tot de normale droom waar we allemaal zo mee vertrouwd zijn geraakt.
   

Door het ontbreken van informatie is het voor hen die een lucide droom hebben gehad vaak onmogelijk om te begrijpen wat hun nu eigenlijk is overkomen, waarom dit zo plotseling is opgetreden, hoe je ermee om kunt gaan en heel belangrijk ook welke uitleg daaraan gegeven kan worden. Ondanks dat voor velen de lucide droom onbekend is wordt toch al heel lang melding gemaakt van dit fenomeen. Zo vermelde Aristoteles in 450 voor Christus als eerste de lucide droom. Het eerste westerse verslag stamt uit 415 na Christus. Het is geschreven door Augustinus en betreft een brief aan de bisschop van Hippo.

Een lucide droom is niet zomaar een levensechte droom, nee de lucide droom is iets heel anders. In een lucide droom ben je jezelf echt bewust van het feit dat je droomt. Het bewustzijn met al haar facetten zoals smaak, reuk, tastzin, herinneringen en relativeringsvermogen is werkelijk aanwezig en de droom lijkt zo levensecht dat er soms geen verschil tussen droom en werkelijkheid waarneembaar is. De lucide droom wordt meestal als hemels mooi beschouwd, als een geschenk van de goden, het 'vals ontwaken' daarentegen lijkt ons echter geschonken te worden door de duivel zelf.

Sommigen vinden het 'vals ontwaken' wel de meest afschuwelijke nachtelijke ervaring die men zich kan voorstellen, iets wat iedere verbeelding te boven gaat. Vaak denk je keer op keer wakker te worden en de meest angstige en afschuwelijke ervaring van je leven te ondergaan en telkens blijk je nog steeds te dromen. Vaak kun je jezelf niet bewegen en lig je verstijfd van angst op je bed. Soms hoor je daarbij een angstig zoemend geluid alsof je jezelf razendsnel beweegt door de ruimte, wat soms ook daadwerkelijk lijkt te gebeuren. Wind waait door je kamer, je beddengoed en de gordijnen wapperen en van alle kanten voel je onzichtbare ogen naderen. Je gilt luidkeels om hulp maar hoe hard je ook gilt, je mond brengt geen enkel geluid voor. Voor hen die zich wel kunnen bewegen is de ervaring soms nog afschuwelijker, angstiger dan de meest griezelige horrorfilm. Het wordt pas echt angstig als je telkens opnieuw denkt wakker te worden terwijl later blijkt dat je nog steeds droomt.

Zo ben je bijvoorbeeld eindelijk wakker geschrokken uit een 'vals ontwaken'. Je kijkt om je heen en praat wat met je partner die heel zachtjes de hond ligt te aaien. Gelukkig alles is weer in orde en je vertelt je partner over je angstige droomervaring. Je lijkt wat verbaast als je partner koel en laconiek reageert. Dan zie je opeens die grijns en je komt tot het besef dat er helemaal geen hond in huis is. Direct blijkt je partner in een zeer bedreigend personage te veranderen en ook de hond is opeens een stuk minder vriendelijk. Opnieuw kom je tot het besef dat je nog steeds droomt en weer vecht je om daaruit te ontsnappen. Gelukkig uiteindelijk ben je dan echt wakker.... of niet? Toch kan het 'vals ontwaken' een manier zijn om lucide te worden waardoor er geen angst is en het hemels mooie van de luciditeit ervaren kan worden. Ook nu weer zal de droom vaak ons voorstellingsvermogen te boven gaan.

Iedereen kan luciditeit ontwikkelen, ook al vraagt het vrij veel geduld. Waarschijnlijk verteld de lucide droom ons nog wel veel meer over onze ware ik dan welke andere droom dan ook. Misschien ook vertelt hij ons iets over voorbije tijden en andere dimensies en onttrekken we de informatie tijdens deze luciditeit aan een collectief onbewustzijn waarvan Jung aannam dat deze mogelijkerwijs zou kunnen bestaan. Hoe dan ook, de lucide droom is een ongelofelijke bijzondere ervaring, een verschijnsel dat de moeite waard is om te analyseren. Droomuitleg boeken kunnen niet zomaar gebruikt worden om een lucide droom te vertalen. Het begrijpen van zo'n droom gaat meestal heel anders in zijn werk, namelijk tijdens de droom zelf. Het bestaan van de lucide droom is pas in 1981 wetenschappelijk bewezen. Ondanks dat weten we nog te weinig over dit verschijnsel.

Wel is zeker dat de lucide droom er niet voor niets is en heel vaak in tijden van nood en zware psychische druk spontaan optreedt. Deze spontane luciditeit zal meestal na verloop van tijd vanzelf weer verdwijnen. In Amerika lijkt men al enigszins vertrouwd te zijn men dit verschijnsel, dat bewijst wel de hoeveelheid aan literatuur en tijdschriften die over dit verschijnsel zijn en worden geschreven. In Nederland is er helaas nog maar weinig bekend over de lucide droom en de weinige verkrijgbare boekjes zijn bijna allemaal een vertaling uit het Engels en het Duits. Nederlandstalige tijdschriften op dit gebied zijn er al helemaal niet te vinden.

De lezer die luciditeit en vooral zijn toepassingsmogelijkheden misschien enigszins als science fiction ziet, raad ik aan zich wat meer te verdiepen in de wetenschappelijke onderzoeksresultaten. Zoals iedereen al heeft kunnen lezen zijn Freud en Jung de grondleggers van het wetenschappelijk onderzoek dat naar het fenomeen dromen werd en wordt gedaan. Sigmund Freud was ook bekend met het fenomeen 'Lucide droom'. Toch ging hij daar niet echt ver op in, mede omdat de lucide droom min of meer inbreuk maakte op zijn theorie dat de wensvervulling ten grondslag ligt aan de droom en dat de droom dient om de slaap te behoeden voor het ontwaken.

Freud probeerde zich uit deze situatie te redden door de bewering te uiten dat de wens om te slapen plaats heeft gemaakt voor een andere voorbewuste wens, de wens om de droom te observeren en er plezier aan te beleven. Toch is het erg teleurstellend dat Freud in zijn 'Traumdeutung' van meer dan vijfhonderd pagina's slechts één pagina aan de lucide droom besteedt. Over wetenschappelijk onderzoek naar de lucide droom is in Nederland, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Amerika en Duitsland, maar zeer weinig bekent. Over onderzoek buiten Nederland is al regelmatig wat geschreven, daarom ga ik daar niet te diep op in maar zal in het kort, voor hun die nog nooit enige literatuur op dit gebied hebben gelezen, dit onderzoeksverleden behandelen. Daarna komt het onderzoek in Nederland wat uitgebreider aan bod, dit omdat daarover nauwelijks iets is geschreven.

Als we gaan kijken naar belangrijke onderzoekers buiten Nederland, dan komen we al snel terecht in Amerika bij de al eerder vermelde Dr. Stephan LaBerge. Veel van zijn wetenschappelijk onderzoek verrichte hij samen met zijn collega en assistent Dr. Lyn Nagel in het Sleep Research Centre te Oxfort. LaBerge leerde zichzelf de verschillende technieken aan en ondervond persoonlijk wat het inhield om lucide te zijn tijdens een droom. Veel van zijn ondervindingen heeft hij gepubliceerd en er later nog een boek over geschreven, getiteld "Lucid dreaming", vertaald in het Nederlands met de titel 'creatief dromen', uitgegeven door uitgeverij Elmar B.V te Rijswijk. Nog later richtte hij, met onder andere professor J. Gackenbach, aan de Iowa Universiteit de 'Lucidity Association' op. Nu kon nog nauwkeuriger en regelmatiger onderzoek worden gedaan naar lucide dromen. Zo ontdekte LaBerge onder andere dat de EEG tijdens een lucide droom dezelfde fysiologische kenmerken vertoont als de niet lucide droom. Ondanks dat maakt hij melding van het feit dat waarschijnlijk de alfa activiteit dominant is tijdens de lucide droom.

Toch heeft LaBerge dit niet echt kunnen bewijzen en moet nieuw onderzoek verheldering brengen. LaBerge heeft ook belangrijk psychofysiologisch onderzoek gedaan. Het was hem al bekend dat andere onderzoekers tijdens proeven met een lucide dromer deze dromer tijdens het dromen kon laten communiceren met de buiten wereld. Tijdens zijn onderzoek kwam ook LaBerge tot goede resultaten. De signalen bestonden voornamelijk uit bepaalde precieze oogbewegingen, maar ook werden de beide vuisten gebruikt om signalen naar de buitenwereld over te seinen. Het lukte op die manier één van de proefpersonen zelfs om zijn eigen initialen in morse over te seinen.

Ook mag het onderzoek van de Britse onderzoeker van het geslachts- en droomleven, Havelock Ellis, niet vergeten worden, ook hij heeft veel bijgedragen aan onze kennis over luciditeit. Zijn kennis en onderzoeksresultaten droegen er toe bij dat luciditeit op zijn minst wat meer bespreekbaar werd. Behalve dr. Stephan LaBerge en Havelock Ellis, heeft ook de Engelse parapsychologe Celia Green veel bijgedragen aan het lucide droom onderzoek. Celia Green, tevens auteur van het in 1968 gepubliceerde boek 'Lucid Dreams', stond jaren lang aan het hoofd van 'Institute of Psychophysical Research'. Ondanks de naam doet vermoeden, houdt dit instituut zich niet echt bezig met de psychofysiologie, maar meer met de parapsychologie. Dat alles zet de lucide dromen niet echt in een gunstig daglicht.

Parapsychologen houden zich volgens veel wetenschappers en andere mensen bezig met zweverige dingen, zoals geesten, spoken, telepathie en ufo's. Vandaar dat de lucide dromen al snel een zweverige bijklank krijgen. Helaas blijkt inderdaad dat het meestal de parapsychologen zijn die zulk onderzoek verrichten, terwijl mede daardoor de psycholoog onderwerpen als lucide dromen het liefst vermijdt. Pas echte belangstelling voor het lucide dromen werd gewekt toen in 1969 in Amerika het boek 'Altered States of Consciousness' van Charles Tart op de markt verscheen. Dit boek was voor veel jonge wetenschappelijke onderzoekers de aanleiding om zich te gaan verdiepen in de wereld van de lucide droom.

In het begin van de jaren zeventig zouden de boeken van psychotherapeute en voormalig slaaponderzoekster Ann Faraday als warme broodjes over de toonbank vliegen. Ann Farraday ontwikkelde met haar boeken heel veel invloed op de publieke opinie. In 1974 zou er nog een andere schrijfster ten tonele verschijnen wiens boek evenveel, of zelfs nog meer, invloed op de publieke opinie had. Deze schrijfster is Patricia Carfield, die met haar boek 'Creative dreaming' veel belangstelling wekte. Vervolgens verschijnen er tal van boeken van Carlos Castaneda op de markt, maar ondanks dat ze door het publiek verslonden worden zijn deze boeken alles behalve een wetenschappelijke en serieuze benadering. Toch moeten we hem dankbaar zijn, want mede door zijn boeken is het publiek zich gaan interesseren voor de lucide droom en zijn toepassingen.

Helaas verkocht de schrijver zijn verhalen als non-fictie, maar velen twijfelen ernstig aan zijn geschreven droomervaringen. Dit zou er vervolgens weer voor zorgen dat de wetenschap opnieuw enigszins kritisch tegen het verschijnsel lucide dromen aankeek. Toch stonden en staan niet alle slaap- en droomonderzoekers sceptisch tegenover het verschijnsel lucide dromen.

Pas in 1989 zou het verschijnsel lucide dromen door de leden van de 'Association for the Psychophysiological Study of Sleep' worden aanvaard als een bestaand onderdeel van de paradoxale slaap. Tegelijkertijd kwamen andere wetenschappers op de wereld tot deze zelfde conclusie. Één van de meest vooraanstaande wetenschapstheoretici, R. K. Merton van de Colombia Universiteit, wees erop dat alle grote ontdekkingen bijna altijd tegelijkertijd worden gedaan door wetenschappers die ver van elkaar verwijderd en onafhankelijk van elkaar werken. Het aantal onderzoekers die zich ten heden dage bezig houden met het lucide dromen en het 'vals ontwaken' groeit nog steeds, en nog altijd worden nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen gedaan. Een heel belangrijke ontdekking is het gezamenlijk dromen, waar in 1984 Jean Campbell een mogelijk bewijs voor heeft aangevoerd.

Ook James Donahoe heeft zich met het gezamenlijk dromen bezig gehouden. Vervolgens mogen ook de mensen die een trainingsmethode om lucide te worden hebben ontwikkeld niet vergeten worden. Een van die mensen was Judith Malamud. Malamud onderzocht het proces dat men ondergaat als men leert lucide te worden. Het was aanvankelijk Malamud's bedoeling om gewenst droomgedrag te stimuleren, maar al snel is zij overgegaan op het stimuleren van het lucide bewustzijn. Haar methode was simpel; de verbeelding stimuleren en er op wijzen dat er alternatieven zijn voor elke droom. Helaas heeft Malamud geen kwantitatief onderzoek gedaan naar de vorderingen van haar trainingsprogramma. Haar onderzoek richtte zich voornamelijk op de kwaliteit van de lucide droom. Uit dit kwalitatieve onderzoek viel in ieder geval op te maken dat zeker twee van haar zes proefpersonen bewuster werden van het feit dat zij droomden. Ook toonde zij aan dat de individuele verschillen van de proefpersonen een belangrijke rol spelen bij het lucide dromen. Malamud bewees met haar onderzoek echter wel dat een trainingsprogramma zoals de hare, invloed kan uitoefenen op de droom.

Behalve in Amerika vond en vindt grootscheeps onderzoek naar lucide dromen ook plaats in Frankfurt te Duitsland. Hier houdt, aan de Johan Wolfgang Goethe Universiteit, de ook al eerder genoemde Dr. P. Tholey zich al dertig jaar bezig met onderzoek. Tholey doet de laatste tijd vooral veel onderzoek naar de toepassingsmogelijkheden van de lucide droom. Hij, en nog enkele anderen, geven het maandblad "Bewusst Sein' uit. Maar we mogen toch ook het belangrijke onderzoek van Braud niet vergeten. Hij heeft in 1984 wetenschappelijk aangetoond dat het visualiseren van een denkbeeldig beschermend schild om het lichaam, het beïnvloeden van de elektrische activiteit in de huid van buitenaf onmogelijk maakt.

Helaas is nog onbekend welke processen hiervoor verantwoordelijk zijn. Helaas reageren de meeste wetenschappers in Nederland nogal sceptisch en afwijzend op luciditeit. Waarschijnlijk weten zij er nog te weinig vanaf. Wat me heel erg tegenviel was dat zelfs het Parapsychologisch Instituut in Utrecht eigenlijk maar heel weinig afwist van het verschijnsel. Ook konden zij maar weinig mensen die zich daar mee bezig hielden. In Nederland lijken we te putten op de gegevens die het buitenland ons beschikbaar stelt, en dan nog wordt in Nederland bijna niets gedaan met deze gegevens.

Schamen wij ons voor onze dromen,of zijn we bang dat men ons een beetje raar vindt als we over onze lucide droom beginnen te praten of een discussie daarover op gang proberen te brengen. Ondanks deze gedeeltelijke onbekendheid is het in Nederland toch mogelijk om af te studeren op deze onderwerpen. Helaas weten maar weinig psychologen in Nederland dat er überhaupt zoiets als luciditeit bestaat. Hopelijk zal ook dit in de toekomst gaan veranderen. Toch heb ik na mijn lange zoektocht enkele psychologen kunnen vinden die zich interesseerde en soms zelfs bezig hielden met de lucide droom. In het Rotterdamse Dijkzicht ziekenhuis is zo'n iemand werkzaam. Het betreft hier de psycholoog Hr. Evers.

Ondanks dat de heer Evers zich niet echt heeft bezig gehouden met onderzoek naar de lucide droom, is hij toch erg geïnteresseerd geraakt in het verschijnsel. Samen met een collega heeft hij er zelfs een proefschrift over geschreven. Ook de heer Evers betreurd het dat er nog maar zo weinig in Nederland bekend is over dit verschijnsel. Misschien zelfs dat er een Nederlands blad op dit gebied zal worden uitgegeven. Heel vreemd is het wel, dat alle bestaande nieuwe tijds bladen maar nauwelijks iets over het verschijnsel luciditeit vermelden. De meeste bladen hebben er nog nooit een letter over geschreven, en dat zou je toch zeker wel van zulke bladen verwachten. Daardoor wordt wederom het bewijs geleverd dat in Nederland maar weinig mensen vertrouwd zijn met de lucide droomwereld.

Op zijn zoektocht naar recente laboratorium resultaten kwam Chris tot de conclusie dat er in Nederland nauwelijks recente proeven zijn genomen. Het droomlaboratorium in Amsterdam staat al lange tijd min of meer ongebruikt te wachten op nieuw onderzoek. Na lang zoeken kwam hij uiteindelijk in contact met Franz Maissan. Maissan is zelf al vanaf zijn kinderjaren, even als Chris zelf, een ervaren lucide dromer. Omdat de lucide droom hem steeds meer ging boeien, heeft Maissan eigen onderzoek verricht naar het fenomeen lucide dromen. Uiteindelijk is hij daar op afgestudeerd. Omdat dit gegeven voor Nederland min of meer bijzonder te noemen is, wil ik je dan ook zeker zijn onderzoeksresultaten niet onthouden. Sommige zullen zijn resultaten onbevredigend vinden, maar weet dan wel dat Maissan zijn eisen zeer sterk stelde. Volgend sommige onderzoekers zelfs te sterk. Voordat we echter naar deze resultaten gaan kijken wil ik je eerst even vertellen hoe Maissan tot dit onder zoek is gekomen.

Maissan, geboren en woonachtig in Amsterdam, heeft eigenlijk altijd al lucide gedroomd. Als kind zijnde vond hij het maar vreemd dat leeftijdsgenoten niet zulke dromen hadden als hij. Natuurlijk begrepen de andere kinderen absoluut niet waar hij het over had als hij vertelde dat hij zijn eigen dromen maakte. Ondanks dat hij langzaam aan ging beseffen dat zijn dromen toch anders waren dan de dromen van zijn leeftijdsgenoten verdiepte Maissan zich toen nog niet echt in de lucide droom. Het was iets wat hem gewoon overkwam en hoorde daarom gewoon bij zijn leven. Maissan ging zich pas echt interesseren voor de lucide droom aan het eind van zijn basis schooljaren. Zo ontdekte hij in 1971 de boeken van Carlos Castaneda.

Alles wat hij daarin las kwam hem zo bekend voor, dat het er op leek dat hij al deze boeken al lang gelezen had. Dat gold trouwens voor alle boeken die hij over het fenomeen lucide dromen las. Maissan verdiepte zich steeds meer in de lucide droom. Tijdens zijn studie natuurkunde kwam hij erachter dat alles wat hij leerde eigenlijk allemaal een herhaling was van alles wat hij eerder al had geleerd. Omdat hij zich ondertussen sterk was gaan interesseren voor de parapsychologie besloot hij zijn studie natuurkunde te laten vallen en een studie parapsychologie te gaan doen. Toen hij echter informeerde of hij een studie parapsychologie kon doen kreeg hij te horen dat parapsychologie eigenlijk een bovenbouwstudie was, en dat je eerst psychologie of natuurkunde gestudeerd moest hebben. Omdat hij toch parapsychologie wilde gaan studeren en absoluut niet van plan was zijn natuurkunde studie te hervatten, besloot hij om eerst psychologie te gaan doen in Amsterdam.

Na zijn opleiding had Maissan er eigenlijk nog maar weinig zin in om voor een studie parapsychologie iedere keer op en neer te reizen tussen Amsterdam en Utrecht. Hij besloot dan ook maar om eerst zelf wat onderzoek te doen naar onder andere buitenzintuiglijke waarnemingen. Ondanks zijn vaak bevredigend onderzoek ging hij zich toch weer steeds vaker verdiepen in zijn interesse voor het lucide dromen. Hij begon scripties te schrijven over dromen en hallucinaties, welke soms zelfs in verband stonden met drugs. Hij begon ook steeds meer zelf te experimenteren en ging daarbij gecontroleerd druggebruik tijdens zijn experimenten niet uit de weg.

Maissan ontdekte dat de bestaande literatuur vaak in tegenspraak was met zijn eigen ervaringen. Veel van wat er geschreven stond was volgens hem pure onzin, dat wist hij uit eigen ervaring. Ook de wetenschappelijke literatuur kon hem niet echt bevredigen. Hij ontdekte ook dat er in het verleden veel meer mensen zich met de lucide droom hadden beziggehouden dan dat er in de literatuur vermeld werd. Hij besloot dan ook om zelf wat lucide droom onderzoek te gaan doen onder supervisie van docent Mels de Jong. Omdat zijn onderzoek maatschappelijk relevant moest zijn, diende hij een onderzoeksvoorstel in met een lijstje waarin de toepassingsmogelijkheden van de lucide droom stonden vermeld. Zijn onderzoek zou een evolutie worden van een trainingsmethode voor het ontwikkelen van lucide bewustzijn in dromen. Zijn onderzoeksvoorstel werd geaccepteerd en Maissan kon in september 1985 zijn onderzoek starten.

In het onderzoek luciditeitstraining werden proefpersonen via een schriftelijke cursus getraind om lucide te leren dromen. Vorderingen werden met behulp van kwantitatieve en kwalitatieve vragenlijsten gemeten. Verwacht werd dat de stemming na een lucide droom beter zou zijn dan na een niet lucide droom, alsook dat er verschil zou zijn tussen lucide en niet-lucide dromen wat betreft inhoudelijke droomaspecten. Ook werd verwacht dat er een toename te zien zou zijn wat betreft de intensiteit van de inhoudelijke droomaspecten. Er werd natuurlijk ook een toename van het aantal lucide dromen verwacht. Het trainingsprogramma was min of meer gebaseerd op het trainingsprogramma van Malamud. Maissan paste het programma echter naar eigen behoefte aan. De voornaamste doelstelling van het onderzoek was om, door combinatie van zowel kwalitatieve als kwantitatieve gegevens, een duidelijker beeld te krijgen van de effecten van het trainingsprogramma dan dat bij Malamud het geval was.


Het essentiële verschil tussen de methode die Malamud toepaste en de methode die in dit onderzoek werd toegepast lag in de toevoeging van twee vragenlijsten. De ene lijst was een stemmingsvragenlijst, de andere een droomvragenlijst. De vragenlijsten werden toegevoegd om de kwantitatieve informatie aan de proefpersonen te onttrekken. De proefpersonen waren allemaal studenten van ongeveer achttien jaar. Ze studeerden allemaal aan de Universiteit van Amsterdam. De proefpersonen bestonden uit twee mannelijke en zes vrouwelijke personen. De proefpersonen werden genummerd van nul tot zeven. Voordat het eigenlijke onderzoek echter zou beginnen vielen er al enkele proefpersonen af. Proefpersonen vier en zes vielen af omdat ze nog met te veel eigen problemen zaten. Van twee andere proefpersonen, twee en zeven, werden uiteindelijk alleen maar de kwalitatieve resultaten gebruikt omdat deze de vragenlijsten te onregelmatig invulden, hetgeen een juiste verwerking van de lijsten onmogelijk maakte.

De materialen bestonden uit onder andere een luciditeits checklist. Daarop stonden vijf vragen die situaties dekte waarin de dromer van de luciditeit kon profiteren, tezamen met mogelijke antwoorden op problematische situaties. Een zesde vraag betrof het onttrekken van feedback aan de proefpersoon. De proefpersonen hoefden slechts één van de vijf vragen in te vullen, maar altijd de zesde. Ook waren er een achtergrond informatie vragenlijst, een navraaglijst, een vragenlijst aangaande de cursus, een droomvragenlijst en een emotie vragenlijst die ingevuld moesten worden. De proefpersonen waren geselecteerd uit een aantal ingeschrevenen. De geselecteerde proefpersonen moesten zich allemaal minstens één droom in de week kunnen herinneren en een positieve instelling hebben. De geselecteerden werd een interview afgenomen en aan de hand hiervan werden uiteindelijk de acht proefpersonen gekozen. Enige dagen na het interview kregen de proefpersonen het benodigde materiaal toegestuurd. Van de proefpersonen werd verwacht dat zij iedere dag, na het ontwaken, de vragenlijsten invulden. Bovendien moesten de proefpersonen eens in de week een droom selecteren en daarmee de luciditeits checklist invullen.

Ze moesten droomachtige gebeurtenissen in hun droom herkennen en op hun lijst onderstrepen. Ze zouden moeten zoeken naar gemiste kansen om lucide te worden. Dit onderdeel werd het droomgebeuren genoemd. Samen met de vragenlijsten moesten de proefpersonen het droomwerk terugsturen. Na enige dagen ontvingen zij van Maissan feedback terug met mogelijke verbeteringen, opmerkingen, tips etcetera. De proefpersonen zouden twaalf weken aan het onderzoek meedoen. Helaas bleken enkele proefpersonen onregelmatig in te sturen. Proefpersoon nul stuurde bijvoorbeeld twaalf keer in, maar proefpersoon zeven daarentegen maar drie keer. Ook het aantal malen dat droomwerk was gedaan, en het aantal lucide dromen die afgezien van het droomwerk waren opgetreden, verschilden nogal sterk. Om enig inzicht te krijgen in het werk dat de proefpersonen hebben verricht volgt hier een verkort overzicht van het participatie schema van de proefpersonen;


A is het aantal inzendingen, B is het aantal malen droomwerk dat is gedaan en C is het aantal lucide dromen.


PROEFPERSOON  A  B  C
0  12  14  2
1  7  7  5
2  6  6  2
3  6  8  6
5  8  9  10
7  3  3  1

  
Laten we nu eens gaan kijken naar de verwachtingen van het onderzoek en de uiteindelijke resultaten met betrekking tot de kwantitativiteit. Verwachting 1; er zal een verschil zijn tussen de lucide en niet-lucide nachten met betrekking tot de stemming de dag erna. Verwachting 2; gezien de bedoeling van het onderzoek wordt een toename van het aantal lucide dromen verwacht. Verwachting 3; daar een neveneffect van het onderzoek, het beter leren onthouden van dromen is, wordt in de loop van het onderzoek een toename verwacht in de vermelde duur van de droom, de sensorische aspecten en de aankleding van de droom. Verwachting 4; in de loop van het onderzoek zal de intensiteit van de waarnemingen toenemen. Doordat de proefpersonen geleerd wordt om op droomachtige gebeurtenissen te letten, wordt een toename verwacht in de waarneming van droomachtige gebeurtenissen. Verwachting 5; er wordt een verschil verwacht tussen de lucide droom en de niet-lucide droom met betrekking tot de inhoudelijke droomaspecten van de lucide droom. Verwachting 6; de gemiddelde scores met betrekking tot de inhoudelijke droomaspecten liggen voor lucide dromen hoger dan voor niet-lucide dromen.

De resultaten waren echter heel anders dan aanvankelijk werd gedacht. Voor een goede vergelijking volgen hier in het kort de resultaten;

Resultaat verwachting 1; een verschil in stemming de dag na de lucide en de niet-lucide droom is niet duidelijk aangetoond. Resultaat verwachting 2; ondanks dat er enigszins een toename was van het aantal lucide dromen bij sommige proefpersonen, was de toename over de groep als geheel niet noemenswaardig. Toename van het aantal lucide dromen na de gebruikte trainingsmethode is dus niet duidelijk aangetoond. Resultaat verwachting 3; de verwachtingen dat een neveneffect van het onderzoek zou zijn dat de dromen beter zouden worden onthouden en dat er een toename in de vermelde duur van de droom zou zijn, als ook in de sensorische aspecten en de aankleding van de droom, bleken niet helemaal uit te komen. Ondanks dat enkele proefpersonen daar wel melding van maakten was het resultaat van de groep als totaal ook hier weer min of meer teleurstellend. Ook hier werd met behulp van de gebruikte methode geen bevredigend resultaat geboekt. Resultaat verwachting 4; sommige proefpersonen meldden dat in de loop van het onderzoek de intensiteit van de waarnemingen in de droom toenamen.

Ook meldden enkele proefpersonen dat ze vaker op droomachtige gebeurtenissen letten dan voorheen. Bekijken we ook nu weer de groep als een geheel, dan kan ook dit helaas niet éénduidig bevestigd worden. Achteraf pas werd duidelijk dat het logisch was dat er naar mate de droom helderder werd er automatisch minder droomachtige gebeurtenissen optraden. Dit gegeven had men van tevoren kunnen overzien, maar men had er gewoon niet aan gedacht. Mede daardoor valt het uiteindelijke resultaat van deze verwachting dus niet tegen. Resultaat verwachting 5; een duidelijk verschil tussen de inhoudelijke droomaspecten van de lucide droom en de niet-lucide droom is niet aangetoond. Resultaat verwachting 6; omdat verwachting 5 heeft gefaald, is ook verwachting 6 niet uitgekomen. Ondanks het enigszins falen van de kwantitatieve resultaten kunnen de kwalitatieve resultaten niet helemaal onbevredigend worden genoemd.

Je hebt al een aantal keer kunnen lezen dat ik van tijd tot tijd enig klein onderzoek met betrekking tot de lucide droom heb gedaan, alsmede ook enkele experimenten. Daarom wil ik mijn onderzoek in het kort beschrijven. Het onderzoek betreft het opwekken van luciditeit, door het onthouden van een behoefte in het waakbestaan. Er werd een oproep gedaan via de krant om zich aan te melden als vrijwilligers en deel te nemen aan het onderzoek. Op de oproep kreeg ik ongeveer veertig reacties en ik stuurde dan ook iedereen persoonlijk bericht terug, tezamen met een vragen lijstje. In deze lijst werden wat persoonlijke vragen gesteld om inzicht te krijgen in de persoon en zijn of haar behoeften. Er waren ook vragen die inzicht moesten geven in de emotionele kant van de persoon. Geen van alle mocht in ieder geval ooit een lucide droom hebben gehad, wel moesten zij zich hun normale dromen kunnen herinneren. Toen ik de papieren allemaal terug had ontvangen maakte ik naar aanleiding van de ingevulde vragenlijsten een eerste selectie.

Van de veertig aanmelders bleven er zevenentwintig over. Deze mensen zouden vervolgens allemaal worden uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek. Nadat ik iedereen persoonlijk had gesproken bleven er uiteindelijk negentien mensen over die geschikt waren om aan het onderzoek deel te nemen. Mochten er tijdens het onderzoek persoonlijke problemen optreden bij de proefpersonen, dan zou ik ze persoonlijk begeleiden. Ook kon ik ze doorverwijzen naar een collega van mij die zich, om dit onderzoek te steunen, volledig beschikbaar stelde. Omdat we de verschillende behoeften wisten van de proefpersonen, konden we heel makkelijk proberen deze behoefte te vergroten door de voldoening aan die behoefte in werkelijkheid tijdelijk te elimineren. Zo zou de proefpersoon die rookte tijdelijk het roken worden ontzegt, dit om te zien welk resultaat dat zou hebben met betrekking tot de lucide droom. Om een goed overzicht te krijgen van de uiteindelijke resultaten zal ik je nu eerst even de verwachtingen geven die wij bij aanvang van het onderzoek hadden.

Verwachting 1; Door het onthouden van de voldoening aan een behoefte zou de slaap lichter moeten worden. Verwachting 2; door het onthouden van de voldoening aan een behoefte zou er spontane luciditeit optreden, afhankelijk van de behoefte. Verwachting 3; bij het optreden van spontane luciditeit wordt in de lucide droom altijd aan de behoefte die in werkelijkheid niet meer werd voldaan, alsnog voldaan. Verwachting 4; door een voldoening aan de behoefte tijdens luciditeit, zal de behoefte in werkelijkheid af gaan nemen. Verwachting 5; tijdens het afnemen van de behoefte in werkelijkheid zal de spontane luciditeit langzaam verdwijnen.

Nu we enige verwachtingen hadden geschapen, zouden we natuurlijk het onderzoek moeten starten om te zien welke verwachtingen uit zouden komen en welke niet. Alle personen hadden enkele vragenlijsten mee gekregen en zouden die in vullen zodra ze een verandering merkte in hun droombestaan of zodra er een verandering optrad tijdens hun waakbestaan. Ze zouden dus niet elke ochtend hele lijsten in moeten vullen. Zo zou de druk niet te groot worden en zouden betere resultaten verwacht worden. De lijsten zouden zij regelmatig insturen, of beter nog persoonlijk langs komen brengen, ook zou ik ze soms op gaan halen. In ieder geval wenste ik bij het vaststellen van een mogelijke verandering, een persoonlijk gesprek. De tijdsduur van het onderzoek zou vier maanden zijn.

Dan nog volgde er zo'n vier maanden als soort controle, om te zien of eventuele resultaten zich op langere termijn hadden gehandhaafd. Om nu niet alle proefpersonen hier op te hoeven noemen, heb ik de personen in kleine groepen ingedeeld. Deze indeling geeft heel duidelijk het resultaat van de groep op zich weer. De groep was namelijk in vijf aparte groepen in te delen. Voor iedereen gold dat bij het onthouden van de voldoening aan een behoefte, er geen vervanging voor deze behoefte mocht worden gezocht. Rokers zouden bijvoorbeeld niet meer mogen gaan eten of snoepen. Natuurlijk werd tijdens het onderzoek met de personen als een groep gewerkt.

Groep 1: de stevige rokers. In deze groep plaats ik hier de stevige rokers. Nog nooit hadden zij geprobeerd te stoppen en ze wisten dan ook niet welke verschijnselen er zouden optreden tijdens het onthouden van hun sigaret of shag.

Groep 2: de wisselende rokers. In deze groep plaats ik ook stevige rokers, maar deze rokers hebben allemaal al enkele keren geprobeerd te stoppen met roken. Toch hebben zij nooit een lucide droom gehad.

Groep 3: de seksbehoeftige personen. Groep 3 bevat die personen die in werkelijkheid heel sterk op het seksuele waren gericht. Alle personen hadden minstens twee maal per dag een orgasme.

Groep 4; de tv verslaafden. De personen in deze groep waren allemaal mensen die geen werk hadden, blijvend of tijdelijk, en die bijna de hele dag televisie keken. Ze bleven speciaal thuis voor hun favoriete programma's en lieten hun dagelijkse leven zeer sterk door de televisie beïnvloeden. Ook huurden ze heel veel videofilms.

Groep 5; de contactbehoeftige personen. Daar voor de mensen in deze groep het contact met anderen zo belangrijk was, leek het ons verstandig ook hier mee te experimenteren. Alle personen in deze groep verlieten bijna direct na het opstaan het huis om pas laat weer thuis te komen. Ze zochten altijd contact met anderen en hadden geen rust als ze een uurtje alleen thuis waren. Alle deelnemers in deze groep waren vrijgezel, dat was een vereiste, en hadden geen werk. Ook dit laatste was noodzakelijk. Het is niet vreemd zijn dat deze groep de kleinste was en slechts drie mensen telde.

Alle deelnemers aan het experiment werd vervolgens gevraagd om de voldoening aan de behoefte voor de komende tijd te onderdrukken en zeker geen vervangers te zoeken. Ze moesten eerlijk hun vragen beantwoorden en als zij gezondigd hadden moesten zij dit melden. Hier verwachte ik vooral voor de seksbehoeftige personen nogal wat problemen omdat ik niet zeker wist of een ieder ook eerlijk zou schrijven wanneer ze tot een orgasme waren gekomen en hoe dat was bereikt. Aan het eind van het onderzoek kwamen er verrassende resultaten boven water. Laten we daarom, voordat we gaan kijken welke verwachtingen zijn uitgekomen en welke niet, maar eerst eens naar de aparte groepen gaan kijken.

Groep 1; de stevige rokers

De stevige rokers hadden enorme moeite om niet te zondigen. De meeste deden dit dan ook zo af en toe toch. Zij die gezondigd hadden maakten melding van het feit dat hun dromen heel levendig waren en zelfs een enkele keer lucide. Zij die absoluut niet zondigden waren in te delen in twee verschillende groepen. Zij die moeite hadden om niet te zondigen en min of meer gestresst raakten, en zij die zonder moeite konden stoppen. De proefpersonen die moeite hadden om niet te zondigen kregen enorme last van nachtmerries en ontwaakte regelmatig uit hun slaap. Zij hadden in het begin voornamelijk last van een 'vals ontwaken'. Allemaal hebben zij minstens drie keer een lucide droom gehad waarin zij allemaal rookten. De proefpersonen die geen enkele moeite hadden om te stoppen met roken maakten wel melding van levendige dromen, maar echte veranderingen merkte zij niet op. Zij werden geen enkele keer lucide. Alle deelnemers merkten verder op dat zij minder rookte dan voorheen. Sommige waren helemaal gestopt.

Groep 2; de wisselende rokers

Zoals al vermeld, hebben de deelnemers uit deze groep allemaal al enkele keren geprobeerd te stoppen met roken. Toen werden zij niet lucide, althans dat kunnen zij zich niet herinneren. Wel gingen zij vaak meer snoepen, eten of drinken. Sommigen gebruikte ook nicotine vervangers. In het belang van dit onderzoek mochten zij geen enkele vervanger voor het roken zoeken. Ook nu weer waren de resultaten verschillend. Zij die zondigden kwamen overeen met de zondaars uit groep 1, ook hun ervaringen waren hetzelfde. Niemand kon echter stoppen zonder dat hun dit moeite koste. Zij die niet met groep 1 konden worden vergeleken waren de proefpersonen die niet gezondigd hadden en geen vervangende voldoeningen hadden gebruikt. Zij werden vooral heel nerveus en hadden last van enorme rusteloosheid. Ze sliepen in het begin ook heel slecht. Deze groep bleek het meeste last te hebben van 'vals ontwaken'. Deze proefpersonen hadden allemaal minstens vier maal een lucide droom. Verder hadden zij regelmatig een prelucide droom. Ondanks dat ze enigszins over een bewustzijn leken te beschikken in deze prelucide dromen, kwamen ze toch niet tot het besef ook daadwerkelijk te dromen. Alle deelnemers rookten uiteindelijk minder dan voorheen. Ook nu weer waren er enkele gestopt. Zij die waren gestopt, en tijdens de proeven lucide waren geweest, merkte op dat ze na verloop van tijd minder vaak lucide werden.

Groep 3; de seksbehoeftige personen

Alle deelnemers aan deze groep waren vrijgezel, dit om de kans op seksueel contact te verkleinen. Ze hadden allemaal heel vaak wisselende partners en zo niet masturbeerden ze regelmatig. De gehele dag kwam regelmatig de gedachte en het verlangen naar seks in hen op. Tijdens het onderzoek mochten ze absoluut geen seksueel contact hebben en mochten ze ook niet masturberen. Veel mensen bleken hier nogal moeite mee te hebben. Deze groep meldde dat in het begin ook hun dromen heel levendig werden. Zij hadden voornamelijk last van vlieg- en valdromen. Wonderbaarlijk, omdat oude droomuitleggers vlieg- en valdromen bijna altijd met seks in verband brengen. Hoe langer zij zich onthielden van seks hoe levendiger en 'echter' hun dromen werden. Ze droomden ook heel vaak over seks, vaak met zichzelf. Enkele van hen die niet zondigden maakte melding van het feit dat ze een nachtelijk orgasme hadden tijdens de droom. Zij die wel zondigde hadden hier geen last van. Geen van allen had echter een lucide droom gehad. Alle deelnemers hadden uiteindelijk wel minder behoefte aan een dagelijks orgasme.

Groep 4; de tv verslaafden

Ook bij groep 4 vielen de resultaten nogal tegen. Verwacht werd dat ook zij lucide zouden worden, maar geen van hun bleek lucide te zijn geworden. Wel werden hun dromen heel levendig. Alle deelnemers keken uiteindelijk veel minder naar de televisie.

Groep 5; de contactbehoeftige personen

In deze groep werden de meeste resultaten geboekt. Niet raar, want bekend is dat isolatie de kans op luciditeit vergroot. Ook het ontbreken van sociaal contact zorgt daarvoor. Alle deelnemers waren erg gedeprimeerd en soms zelfs agressief. Toch hebben de drie deelnemers in deze groep doorgezet. Alle drie kregen ze aanvankelijk veel last van 'vals ontwaken'. Alle drie werden ze minstens zeven keer lucide. Toen de deelnemers hun contacten uiteindelijk herstelden, bleek hun luciditeit af te nemen. Ook werden hun dromen minder levendiger.

Aan de hand van de resultaten mogen we wel concluderen dat de verwachtingen bijna allemaal zijn uitgekomen, maar dat er toch enkele belangrijke kanttekeningen geplaatst dienen te worden. Laten we daarom eerst maar eens gaan kijken naar hoe de verwachtingen zijn uitgekomen; resultaat verwachting 1; door het onthouden van de voldoening aan een behoefte zou de slaap lichter moeten worden. Aan deze verwachting werd inderdaad altijd voldaan.

Resultaat verwachting 2; door het onthouden van de voldoening aan een behoefte zou er spontane luciditeit optreden, afhankelijk van de behoefte. Inderdaad blijkt er afhankelijk van de behoefte luciditeit op te treden. Een behoefte waarbij men iets of iemand nodig heeft scoort daarbij het hoogst. De rokers verlangden naar een sigaret, iets wat hun normale dromen hen niet kon bieden omdat hun bewustzijn niet werd gestimuleerd. Zij die makkelijk konden stoppen hadden eigenlijk minder behoefte aan het roken dan zij aanvankelijk dachten. Een behoefte waarbij men niet echt iets of niemand nodig heeft geeft bijna nooit luciditeit, dit omdat de normale droom voor een vervanging zorgt. Dit wordt duidelijk als we kijken naar de seksbehoeftige personen. Hun dromen worden wel levendiger, maar het bedrijven van seks tijdens de normale droom zorgt vaak al voor een nachtelijk orgasme.

Als aan de behoefte wordt voldaan hoeft men niet lucide te worden. Een behoefte die gebaseerd is op indrukken bezorgt ook geen luciditeit omdat die indrukken tijdens de normale droom worden opgedaan. De tv verslaafden hadden zoveel indrukken in hun geheugen opgeslagen, dat zij voorlopig wel genoeg beelden hadden om hun normale dromen te verlevendigen. Ook is hier meer sprake van een gewoonte dan van een echte behoefte. De contactbehoeftige personen werden juist lucide omdat hun normale dromen hun bewustzijn niet genoeg konden bevredigen.

Resultaten verwachting 3; bij het optreden van een spontane luciditeit wordt in de lucide droom altijd aan de behoefte, die in werkelijkheid niet meer werd voldaan, alsnog voldaan. Ook deze verwachting bleek uit te komen. De rokers gingen in hun lucide dromen meer roken en de contactbehoeftige personen gingen in hun droom veel contacten aan met droommensen. Ook gingen ze vaker stappen in hun droom.

Resultaat verwachting 4; door een voldoening aan de behoefte tijdens luciditeit zal de behoefte in werkelijkheid af gaan nemen. Ook hier waren de verwachtingen in overeenstemming met de resultaten. De rokers bijvoorbeeld gingen in werkelijkheid minder roken of stopten zelfs helemaal.

Resultaten verwachting 5; tijdens het afnemen van de behoefte in werkelijkheid zal de spontane luciditeit langzaam verdwijnen. Ook hier weer een overeenstemming tussen verwachting en resultaat. Als we de rokers weer even als voorbeeld nemen dan zien we dat zij die uiteindelijk minder behoefte aan nicotine hadden, minder vaak lucide werden.

Zoals al vermeld, zouden we na vier maanden de proefpersonen nogmaals ondervragen om te zien welke resultaten er op langere termijn waren bereikt. De rokers melden bijna allemaal te zijn gestopt met roken. Lucide werden zij maar nauwelijks. De seksbehoeftige personen waren weer in hun oude patroon teruggevallen. Zij hadden ook geen lucide dromen gehad, niet tijdens en niet na het experiment. Hier kan dus, in het kader van het onderzoek, niet van terugval gesproken worden. De tv verslaafden keken nog steeds minder tv en deden vaker wat anders. Zij melden overigens wel een enkele keer lucide te zijn geworden. De contactbehoeftige personen melden dat na het herstellen van hun contacten dat zij geen enkele keer meer lucide waren geworden. Ook heeft niemand meer last gehad van 'vals ontwaken'. De resultaten op langere termijn kwamen dus ook nu overeen met de verwachtingen.

Al met al mag ik concluderen dat dit onderzoek zeer geslaagd is. Het toont zeker aan dat de droom afhankelijk is van de dagelijkse behoefte. Het toont ook aan dat afhankelijk van de behoefte er luciditeit op treed. Als de normale droom of het fysieke lichaam aan de behoefte kan voldoen blijft luciditeit vaak uit, iets wat we ook verwacht hadden. Pas als ook de normale droom daar niet meer aan kan voldoen treed luciditeit op. Het onderzoek toont ook aan dat geestelijke druk en stress er voor zorgen dat er vaker een 'vals ontwaken' optreedt. Wat mij in dit onderzoek verbaasde was dat bij de seksbehoeftige personen altijd vlieg- en valdromen optraden. Waarschijnlijk heeft Freud hierin toch enigszins gelijk gehad. Andere onderzoekers, en ook ervaren lucide dromers, melden ook dat vliegdromen altijd luciditeit oproepen. Uit het onderzoek van Chris is echter gebleken dat dit niet klopt. Mogelijk kunnen vliegdromen er wel voor zorgen dat je lucide wordt als je beseft dat dit een droomachtige gebeurtenis is. Maar als je de vliegdroom niet direct tijdens de droom analyseert kom je niet tot dit besef. De vliegdroom wekt dan ook nooit automatisch luciditeit op.

Zowel kwantitatief als ook kwalitatief kan dit onderzoek als zeer geslaagd worden beschouwd. Het toont in ieder geval dat het mogelijk is luciditeit te ontwikkelen. Mogelijk zijn er nog veel meer factoren te noemen die er voor kunnen zorgen dat je luciditeit ontwikkelt. Vandaar dat bepaalde technieken die er voor moeten zorgen dat je lucide wordt (zie "Droomtechnieken voor het opwekken van Lucide dromen") heel goed kunnen werken. Nederland telt in ieder geval heel wat meer mensen die het lucide dromen hebben aangeleerd dan tot nu toe bekend is. Waarom bepaalde technieken nu eigenlijk bij bepaalde personen wel werken en waarom andere technieken juist weer niet is niet helemaal duidelijk.

Ook is niet helemaal duidelijk waarom bepaalde technieken sowieso eigenlijk werken. Nieuw en uitgebreid onderzoek zou dan ook zeker geen overbodige luxe zijn. Dan zouden ze direct zelf kunnen onderzoeken wat lucide dromers al lang weten en wat Chris van Dipten al heeft aangetoond, namelijk dat je ook buiten de REM fase om droomt en dat de REM fase niet de enige droomfase is, maar een fase waarin dromen alleen maar levendiger zijn. Ander onderzoek van Chris heeft dit aangetoond, maar ook eigen ervaringen maken dat het voor mij klare zaak is. Toch zal nieuw onderzoek zeer welkom zijn, we hebben in Amsterdam toch ten slotte niet voor niets zo'n prachtig droomlaboratorium staan dat nu nauwelijks gebruikt wordt.


meld dit bericht aan een moderator

|Have Fun|